Dwaalrotsen en Sirenen: een ander leiderschap voor een nieuwe kerk?

odysseus en de sirenen

odyseus en de sirenen

Er is zeker niet minder academische opleiding  voor predikanten nodig. Jacobine Scholte De Jong grijpt de promotie van Robert Doornenbal aan voor een herwaardering van het ambt, tegenover leiderschap, en van de kerkenraad.

Jacobine Scholte De Jong

“Als je mannen je hebben geroeid voorbij de Sirenen liggen twee wegen voor je open;  ik kan niet met zekerheid je verdere richting bepalen, maar zelf moet je raad schaffen;  ik noem ze je beide. De ene weg leidt naar overhangende rotsen, Dwaalrotsen genoemd door de gelukzalige goden. … Aan de andere kant verrijzen twee klippen…”                   

Homerus, Odysseia, boek xii

Op 29 juni verdedigde Robert Doornenbal aan de Vrije Universiteit te Amsterdam zijn proefschrift Crossroads (pdf) met veel succes: een cum laude en veel bijval in de media. Zoveel bijval, dat er ook gelijk weerwoord kwam. Onder andere van mij. Want het irriteerde me behoorlijk, die makkelijke-krantenkoppen-kritiek op de academische theologische studies, dat goed in de markt liggende anti-intellectuele: We moeten praktisch! We moeten missionair! We moeten minder boeken lezen en papers schrijven! We moeten meer ervaring!  We moeten meer leiderschap!

Nu probeer ik zelf al een half leven de bul te bemachtigen die ik nodig heb om predikant te worden in de Protestantse Kerk in Nederland. Tegelijk werk ik al weer acht jaar in de kerk als ‘bijstand in het pastoraat’, wat in mijn geval niet alleen pastoraat, maar al het ‘gewone’ predikantswerk omvat. Het is een wat on-orthodox pad en het levert wel eens gefronste wenkbrauwen op bij de daartoe bevoegde instanties.

Door de discussie die nu is losgebarsten rond missionair leiderschap en de theologische opleidingen bevind ik mij blijkbaar wel opeens in een positie die aan waardering wint: learning on the job, en studeren met de praktijk stevig in hart en hoofd.

Onvrede
En toch die irritatie. Het stoort me, die minachting voor de academische theologie. Het baart me zorgen als ik lees hoe op facebook de een na de ander ‘theologie’ afzet tegen ‘geloof’. De zure, veroordelende toon doet me zeer. Met zulke vrienden heb je geen vijanden nodig…

In deze kerk (ik neem voor het gemak maar even mijn eigen PKN) ben ik opgegroeid, hebben mensen mij verteld over God, heb ik geloof gevonden en is mijn geloof gerijpt, hebben mensen die mij lief zijn dag en nacht ziel en zaligheid gegeven om God en de mensen te dienen en probeer ik dat zelf ook te doen. Saai en braaf? Misschien. Traditioneel? Kan zijn. Maar geest-loos, ver van het woord van God? Zeker niet.

Die acht jaar directe ervaring in de gemeente hebben mij ook geen relativering van de academische eisen gebracht, geen verlangen naar meer bevoegdheden voor kerkelijk werkers en ook geen vergaande onvrede met het presbyteriaal-synodale kerkmodel.

Vervreemding
Het werk in de gemeente bracht wel de nodige vragen. Vragen naar de verhouding van geloof en cultuur, vragen naar de kern van de roeping van Christus – moet het echt Jezus zijn? En Jezus alléén? Waarom is die roeping voor velen zo aanstootgevend? Wat vinden mensen zo moeilijk, dat ze zich afkeren of wegblijven? Is het iets dat wij anders kunnen doen, anders hadden moeten doen? Of gaat het dieper?

Naast vragen ook ervaringen. Ervaringen van onvermogen en tekort. Ervaringen van vervreemding – ik ben niet thuis in deze wereld, deze tijd. Ervaringen van ongeloof soms, met lege handen staan. Maar ook ervaringen van genade – van aanvaard worden, van die dag waarop alles zomaar vanzelf ging, van opgetild worden en getroost. Ervaringen van het geheim – van zo veel wat goed gaat, waarvan zo weinig mijn verdienste is, waarvan het meeste zo helemaal niet van mij afhangt. Ervaringen van God.

Voorganger zijn met deze vragen en ervaringen én theologie studeren: een gouden combinatie. Ik ben de studie alleen maar meer gaan waarderen en de noodzaak ervan meer gaan voelen.

De vragen en ervaringen van kerk-zijn in deze tijd vragen om navolging, om existentiële diepgang, om geraakt en gepakt te zijn door de genade. Genade – denk aan gratis, aan gratuit, aan dat waarvan je zegt: ‘dat had je niet hoeven doen’, maar dat toch leven léven maakt. Het overbodige, niet-regisseerbare, onverwachte. ‘Niet gedacht, toch gekregen’ – dát.

Missie van God
Dat leven-van-genade laat zich nog niet zomaar verbinden met de missionaire gemeente van Doornenbal. De kerk heeft méér te doen. ‘God heeft een missie in deze wereld en de kerk deelt in de uitvoering.’ Het gaat blijkbaar niet alleen om hoe de kerken omgaan met alle veranderingen om hen heen. Het gaat om de ‘missie van God’. Maar wat is dat precies? En welk aandeel heeft de kerk daar dan precies in?

missionaire kerk, jos douma

missioniare kerk, foto: Jos Douma

Om de omslag te kunnen maken naar missionair kerk-zijn hebben we volgens Doornenbal ‘missionaire leiders’ nodig. Het is onduidelijk waar het concept ‘leiderschap’ bij hem vandaan komt en hoe het gevuld is. Ik heb er ook nogal wat bedenkingen bij.

Een focus op leiderschap is een focus op persoonlijke eigenschappen en kwaliteiten met de suggestie dat die maakbaar en kneedbaar zijn. Een focus op leiderschap houdt de pijn van de verandering bij andere leden van de gemeenschap weg: als er maar betere leiders zouden zijn…

Een focus op leiderschap gaat vaak gepaard met conservatieve impuls. Zoals ‘revival’ in de praktijk vaak ‘revival of family values’ blijkt te zijn is ‘leiderschap’ vaak een legitimatie om uit te sluiten wat niet in de visie past of een ongemakkelijk gevoel veroorzaakt, en maar al te vaak blijkt met ‘leiderschap’ een wat mannelijke, autoritaire leiderschaps-stijl bedoeld te worden. Dat beoogt Doornenbal zelf niet, hij wil divers samengestelde ‘leiderschapsteams’. Volgens mij hebben wij die al – heet zoiets niet een kerkenraad?

Ambt
Ik geloof niet dat ‘leiderschap’ in de kerk het probleem is. Natuurlijk, niet iedere predikant is een Odysseus, en niet iedere kerkenraad de bemanning van zijn schip. Of toch? Want je bént het niet, je wórdt het, als de situatie daartoe aanleiding geeft. Het is geen kwestie van ‘werven en selecteren’, het is wat boven komt drijven als de nood hoog is. Ik zou niet weten hoe je als kerk ‘apostelen, evangelisten en luizen in de pels’ zou moeten recruteren. Wie het nu niet is, kan het morgen zijn.

Ik vind het opmerkelijk dat het woord ‘ambt’ in dit debat nog nauwelijks gevallen is en pleit voor een herwaardering. ‘Ambt is erkend charisma’, leerde ik. Ja, het heeft met kwaliteiten, gaven en geestkracht te maken. Maar het is meer dan dat: het is het aanvaard zijn, in dienst genomen zijn, ergens gesteld zijn: of er nu veel of weinig charisma te erkennen viel en je meer of minder leerbaar bent in je competenties.

Robert Doornenbal, Crossroads

Robert Doornenbal, foto: Robert Doornenbal

Er is bij alle reflectie over opleiding, vorming en functioneren van predikanten te weinig oog voor de last van de roeping. Het is nogal wat, om dat schip langs Sirenen en Dwaalrotsen en tussen Skylla en Charybdis door te loodsen. Méér spirituele vorming wil Doornenbal, en daar kan ik me veel bij voorstellen. In Oxford maakte ik kennis met spiritual direction, toen in Nederland nog vrij onbekend. Maar: beware what you ask for– wat als die spiritueel gevormde luizen in de pels je zo stellig verdedigde missionaire leiderschap onderuit schoffelen in naam van de Geest die waait waarheen hij wil?

Ik geloof niet dat de theologische opleidingen het probleem zijn. Het kunnen lezen en uitleggen van de bijbel in de grondtalen, kennis van de culturen van het oude midden-oosten, van levende religies, van de geschiedenis van de kerk, van ethiek en filosofie, het systhematisch kunnen doordenken van theologische vragen, je hebt het allemaal nodig in het dagelijkse bedrijf van mensen bijstaan en voorgaan, van stem geven aan dat wat mensen beroert en van samen zoeken naar de richting die God wijst.

Ik kan me niet voorstellen dat we in een tijd en een samenleving waarin het algemene opleidingsniveau steeds hoger ligt, waarin alles gezet wordt op kenniseconomie en levenslang leren, van onze voorgangers vinden dat ze vooral praktisch een beetje goed getraind moeten zijn. Als toch alles missionair is, dan zeker ook Antieke Religies of Grieks III. Iedere gemeente een academische gevormde dominee is geen overbodige luxe maar een bewuste keuze.

Het probleem, denk ik, is eerder het ontbreken van visie op het ambt. De ervaring leerde mij: je bent als voorganger niet primair coach, manager van veranderprocessen of theologisch deskundige die op afroep nog wel een adviesje kan schrijven. Dat verzinnen wij theologen misschien. Maar voor je gemeenteleden ben je eerst en altijd vertegenwoordiger van het heilige. Alleen al door er te zijn breng je een andere dimensie in, voelen mensen zich gezien in het licht van de Eeuwige.

Meer studeren
Juist daardoor ben je als voorganger gesprekspartner voor ieder die aan je toevertrouwd is of in bredere kring bij je gemeente hoort. Of mensen zich in de gemeente en door het evangelie ‘welkom, veilig én uitgedaagd’ voelen staat of valt met een goede invulling van die rol. Daarom moet je zelfstandig, open en kritisch kunnen denken. Je moet kunnen reflecteren en vragen durven stellen, ook aan jezelf. Je moet durven veranderen door de studie van de bijbel, de cultuur, de menselijke psyche. De ‘lerende gemeente’ vraagt om voorgangers die in ieder geval zelf willen leren. Als we iets verkeerd doen, dan is het te weinig studeren. ‘We are far too easily pleased’.

In gesprek met gemeenteleden constateer ik dat de vraag die waarschijnlijk het meeste leeft en het meeste zeer doet de vraag is waarom kinderen niet (meer) naar de kerk gaan. Alle andere vragen, naar kerkelijke structuren, stijl en vormgeving van de eredienst, aansprekende verkondiging en gastvrij gemeente-zijn, zijn daarvan eigenlijk steeds afgeleid. Robert Doornenbal noemt in een interview in het ND deze vraag zelf ook met betrekking tot zijn eigen kinderen.

Dit is niet zomaar een pastoraal probleem, dit raakt de kern. Het is opvallend hoe gevoelig dit thema ligt. Als je er voorzichtig iets over zegt in een preek wordt het héél stil in de kerk.

Verlegenheid
De verlegenheid is groot, ook bij mijzelf. Ik weet ook niet, waarom zoveel mensen van mijn generatie niet meer komen. Ik weet ook niet, wat dat zegt over God die toch het geloof schenkt en mensen roept – gaat Hij sommigen voorbij? Ik weet ook niet, of al die mensen er zomaar wel bij zullen zijn als het Koninkrijk komt. Ik geloof dat er ergens een beslissend moment is, maar geef graag hoog op van Gods barmhartigheid en geduld. Is daar een grens aan?

De zondag voor de promotie van Robert Doornenbal werd een van mijn vrienden bevestigd tot gemeentepredikant. Hij preekte over Johannes 6: “Willen jullie ook niet weggaan?” vraagt Jezus.

Wij gaan die vraag liever uit de weg, ook als theologen. Waarom? Zijn we liever hip & happening dan een club sneue nummers? Maar dat zal niet veranderen. Ook niet met fresh expressions, emerging churches en missionaire leiders. De kerk is een minderheidskerk, een subversieve, dissidente beweging, voorgoed. En zo hoort het misschien ook. Laten we niet te snel anderen geesteloosheid, traditionalisme of gebrek aan verbeelding verwijten. Dat missionaire gedwing kon wel eens net zo onheilig zijn.

Misschien is het ook onze eigen pijn die we niet onder ogen willen zien. We hebben nogal wat trauma’s rond dit thema. Van dubbele predestinatie tot veronderstelde wedergeboorte, alverzoening en het al dan niet bestaan van de hel. Het is een touchy-feely debat waarin iedere deelnemer een kruidje-roer-me-niet is.

Maar als we het niet aangaan zal het ons zicht vertroebelen en ons belemmeren de roeping van de kerk opnieuw vorm te geven. Want evangelicale missionaire theologie met de nadruk op ‘de grote opdracht’ is niet hetzelfde als een theologisch-niet-nader-omschreven pioniersplek op IJburg. ‘Emerging Church’ is geen samenhangende beweging, al gebruiken we er gemakshalve één hashtag voor. Dat maakt het verfrissend – eindelijk iets dat de denominaties overstijgt – maar het belemmert ons ook, omdat we de echte vragen niet durven te stellen. We moeten de diepte in.

Daarvoor is naar mijn overtuiging binnen kerk en academie alle ruimte. Aan ons om die ruimte creatief, innovatief en spiritueel te vullen. Want daar zijn we natuurlijk allemaal vóór.

Jacobine Scholte de Jong studeerde theologie aan de Universiteit Utrecht en de Protestantse Theologische Universiteit (en een half jaar in Oxford, Wycliffe Hall). Sinds 2004 werkt zij als ‘bijstand in het pastoraat’ in West-Brabant. Zij is weduwe, moeder van drie jonge kinderen en twittert als @Jacobine1.

About these ads

14 reacties op Dwaalrotsen en Sirenen: een ander leiderschap voor een nieuwe kerk?

  1. Graag nodig ik Jacobine De Jong uit om mijn proefschrift te lezen en vervolgens inhoudelijk te reageren. Dat voorkomt suggesties in de richting als dat ik tegen academische vorming zou zijn, of opmerkingen als “Het is onduidelijk waar het concept ‘leiderschap’ bij hem vandaan komt en hoe het gevuld is.” Ik begrijp eerlijk niet wat er onduidelijk is, want in part B staat deze vraag centraal.
    Overigens ben ik graag bereid tot een goed academisch gesprek, dat lijkt me zinvol en leerzaam.

  2. Anthony Ruijtenbeek

    @Jacobine
    “De kerk is een minderheidskerk… …voorgoed.”

    Nou, dit lijkt me zowel teveel uitgaan van de west-europese en in mindere mate Amerikaanse situatie alsook dat deze in beton gegoten zouden zijn. Het is niet zozeer de kerken die daar leeglopen, die gebieden lopen zélf fysiek en geestelijk leeg. Ik denk dat als die neergang maar voldoende blijft doorzetten, het Christendom vanzelf weer relevant wordt, zoals dat eigenlijk de hele geschiedenis door is gegaan en hoe het vandaag de dag bijvoorbeeld ook in China zal gaan.

    “een subversieve, dissidente beweging”

    Ik zie eigenlijk tot nog toe, als het gaat om de Nederlandse situatie, eigenlijk weinig van. De katholieken hébben weliswaar een verhaal dat zo subversief en dissident is dat het op het moment nog zoveel weerstand in eigen kringen oproept dat men er onvoldoende eensgezind mee naar buiten kan treden en bij de Protestanten (en op dat terrein wordt men helaas steeds eensgezinder) doet men niet anders dan ‘missionair’ naar buiten treden, maar dat gaat kennelijk ten koste van de aandacht voor de eigen boodschap en interne problematiek, kortom, een vlucht naar voren.

  3. Meer ambt, meer academische vorming, zo vat ik je positie maar even samen. Daar ben ik het zeer mee eens! Naast Oxford is Bonhoeffer voor mij een belangrijke inspiratiebron. Hij brengt ‘gevoel voor kwaliteit’ ter sprake. Dat zou ik nog aan het rijtje willen toevoegen. Met een hartelijke groet!

  4. klazien vander Sloot-te Velde

    Als de dominee de leider is , zijn de pastoranten dan ondergeschikten?
    Geef mij maar een stevige kerkenraad (m/v) rond de dominee.
    Dat kan behoeden voor veel kwaad.

    “de dominee moet leider zijn ” is een stressvol concept.
    het is slechts Spielerei:
    de dominee is op de wereld gekomen zoals hij is, een mens onder ons…

    als hij /zij binnenkomt begroet
    hij/ zij mij,
    ik zie de lichaamsbouw, de haardracht, de kleding, de make-up :)
    ik hoor ,even later, de stem
    nog zonder dat ik weet wat hij /zij denkt of gaat zeggen
    hij/zij wekt gevoelens op en of ik ernaar uitkijk om een relatie aan te gaan
    wordt in die fase al snel beslist.

  5. @Robert
    Ik weet niet of Jacobine op deze plaats zal reageren. Ik neem aan dat er nog wel iets als een reactie volgt. Dat is verder aan haar, hoewel ik dat vanzelfsprekend wel erg zou waarderen.
    Kort even hoe ik dit bovenstaande artikel lees: Na jouw promotie was er onder bloggers en twitteraars veel enthousiasme over het onderwerp van jouw proefschrift: Emerging Church en dergelijke initiatieven. Daar reageert dit artikel vooral op. In jouw proefschrift lees ik toch wat meer distantie dan in de reacties op jouw proefschrift. In dit artikel lees ik niet dat jij tegen academische vorming zou zijn. Daarvoor verwijst Jacobine naar reacties op Twitter en Facebook. Maar niet naar jouw proefschrift.

    Wat mij persoonlijk over het leiderschap opvalt is dat je in paragraaf 7.2.1. welgeteld 49 soorten leiderschap noemt. Daarvoor worden al een aantal totaal tegensprekende definities genoemd. En daarna gaat het maar door met metaforen en taken enzovoort. Voor mij als relatieve leek op dit terrein is het nogal veeleisend om er achter te komen wat nu eigenlijk leiderschap inhoudt in deze kerken. Je maakt aan het einde van hoofdstuk 7 duidelijk dat bijvoorbeeld de term ‘organisch leiderschap’ maar beperkt verheldering geeft. Ook bij het ‘missional leadership’ (laat ik maar niet proberen het te vertalen, dat kan alleen maar misgaan ;-) ) blijft ‘leiderschap’ voor mij erg abstract. Het kan ook zijn dat dit leiderschap binnen de beweging nog niet erg uitgekristalliseerd is en het daardoor moeilijk is om heldere en eenduidige kenmerken te geven die voor alle emerging churches gelden.
    Maar het zou ook kunnen dat jouw zorgvuldigheid, die enorm is, het proefschrift voor leken minder toegankelijk en begrijpelijk maakt.

    Binnen mijn eigen (nogal beperkte) ervaring met ‘leiderschap’ in kerken speelt autoriteit nogal een rol. Ik ben ruim drie jaar onderdeel geweest van een min of meer ‘emerging church’, het laatste jaar overigens vooral ‘shrinking’ ;-) waar leiderschap vooral op personen gericht was. Ik ben één gemeente gewend en heb begrijpelijkerwijs daar geen proefschrift over geschreven ;-) Mijn kennis is dus erg beperkt. Maar die autoriteit lijkt me toch een belangrijk onderdeel.
    Autoriteit betekende in deze gemeente dat de leden (hoewel dat een onjuiste term is, leden zouden inspraak hebben) verantwoording moeten afleggen aan de leider. In dat opzicht kan ik de kritiek van Jacobine heel goed plaatsen, bij een ambt moet de ambtsdrager juist verantwoording afleggen aan de gemeente.
    Ik geloof dat daar de discussie min of meer over gaat, zoals je ook in mijn samenvatting boven het artikel leest. Het is vanzelfsprekend niet ondenkbaar dat ik mij daarin vergis. Ik ben noch theoloog, noch kerkelijk jurist. Een echte leek dus.
    Ik hoop dat je dit niet ziet als een aanval op jou of jouw proefschrift, in ieder geval niet dat deze wetenschappelijk niet zou deugen, maar dat dit iets laat zien van een andere, misschien wel een a-moderne, kijk op de rollen in en van de gemeente.
    Evert te Winkel

  6. Zo … uitgeraasd?

  7. Anthony Ruijtenbeek

    Organisch gezien is leiderschap iets wat je ontvangt, geen opleiding kan je daar op voorberieden. Je bent geroepen of je bent het niet. Vanuit die premisse zou een opleiding moeten beginnen. Wat is je roeping? Hoe kan je daar het best een ANTWOORD op geven? Of te wel, hoe kan ik mijn geest het beste vrij maken om te luisteren?

  8. @Robert
    Jacobine heeft gemaild dat zij druk bezig is met een reactie.

  9. Pingback: [Commentaar] Kerk heeft behoefte aan ambt om emancipatie | Vrijzinnig Evangelisch

  10. Het stuk van Jacobine spreekt me zeer aan. Het gaat dan al lang niet meer om het proefschrift van Robert Doornenbal. Dat zal wel goed in elkaar zitten, anders krijg je geen cum laude. Het gaat juist om de discussies die daarna zijn ontstaan, waarbij steeds iets bovendrijft als: ‘er zijn heel slimme oplossingen voor het probleem van de kerkverlating en de afval van het christelijk geloof. Wanneer traditionele gemeenteleden en kerken deze nu maar eens zouden willen zien!….’ Daar moeten we m.i. helemaal van af. Ik ken gemeenten, waar een schrikbarend oppervlakkige boodschap wordt gebracht, maar die uiterlijk bezien lopen als een tierelier. Ik ken ook gemeenten, waar in grote trouw en met veel kennis en wijsheid wordt gewerkt door prediaknt en kerkenraadsleden en waar men de schare steeds kleiner ziet worden. Alle suggestie van maakbaarheid moet weg uit de kerk. Wij geloven in zaad en vruchten, maar weten ook van vogels die wegpikken en allerlei ander ongemak. In de gelijkenis van de zaaier is het letterlijk een godswonder, dat er nog iets van enig zaad terecht komt.
    Vandaag las ik trouwens van een historisch onderzoek aangaande de kerstening van de Saksen. Zij verzetten zich tot het uiterste tegen de idee, dat het goede nieuwds uit Palestina moest komen en dat het ging over een man aan het kruis. Ze konden en wilden er werkelijk niets mee. Ik ben een nakomeling van deze Saksen. Ik verwonder me nog dagelijks, dat ik er af en toe wel iets van geloof. Laten we toch niet doen alsof geloven normaal is en het dus abnormaal is, dat wij niet alle mensen rondom het evangelie verenigd krijgen. Wat een vreemde gedachte aangaande onze bereidheid om te luisteren zit daar toch achter? Wim.

  11. Dag Evert (& Jacobine & evt. andere lezers),

    Dank voor je uitgebreide blog, boeiend om te lezen! Ik kom er – een beetje indirect misschien – op terug, aan de hand van een inhoudelijke reactie op de blog van Jacobine waar ik nu eindelijk aan toe kwam. Mijn eerdere blogje was wel erg kort, het kwam mogelijk iets te stevig of defensief over. Zo was het niet bedoeld, ik wilde aansturen op een gesprek over mijn dissertatie, in plaats van over krante- of twitterberichten erover, vandaar. Anyhow, ik hoop het nu wat goed te maken.
    * Door de discussie (…) bevind ik mij blijkbaar wel opeens in een positie die aan waardering wint: learning on the job, en studeren met de praktijk stevig in hart en hoofd.
     yep!
    * In deze kerk (ik neem voor het gemak maar even mijn eigen PKN)… Maar geest-loos, ver van het woord van God? Zeker niet.
     mooi getuigenis
    * Het werk in de gemeente bracht wel de nodige vragen. (…) Of gaat het dieper?
     goed verwoord, die vragen. Wat de laatste betreft: ik denk idd dat het dieper gaat, m.i. heeft het te maken met de verschuiving van (in het Engels) Christendom naar post-Christendom, zie hoofdstuk 4 van Crossroads
    * Naast vragen ook ervaringen. (…) Ervaringen van God.
     prachtig, en wat erop volgt ook
    Dat leven-van-genade laat zich nog niet zomaar verbinden met de missionaire gemeente van Doornenbal. De kerk heeft méér te doen. ‘
     dit vind ik een lastig stuk, want mijn opvatting over missionaire gemeente is niet primair iets van ‘doen’ maar van ‘zijn’…
    Maar wat is dat precies? En welk aandeel heeft de kerk daar dan precies in?
     dat zijn precies de ‘soort’ vragen die ik wilde agenderen via Crossroads
    Het is onduidelijk waar het concept ‘leiderschap’ bij hem vandaan komt en hoe het gevuld is.
     in hoofdstuk 8 van Crossroads ontwikkel ik een definitie van ‘missional leadership’ waarvan ik hoop dat die bruikbaar is; vandaar mijn serieuze oproep aan Jacobine om het proefschrift te lezen, want ik ben erg geïnteresseerd om te horen in hoeverre mijn conceptualisatie helpend is. De kern ervan wordt nog eens herhaald op p. 359: “… formal leaders (ordained or not) have a special responsibility for monitoring the dynamics between the three poles of vision, culture, and structure; [deze termen zijn eerder uitvoerig besproken] to act upon one or more of these dimensions according to their personal calling and gifts; and to provide input for the processes of spiritual formation.”
    Dat beoogt Doornenbal zelf niet, hij wil divers samengestelde ‘leiderschapsteams’. Volgens mij hebben wij die al – heet zoiets niet een kerkenraad?
     dat zou mooi zijn natuurlijk, maar in de praktijk is de kerkenraad vaak geen team en is er meer sprake van management dan van leiderschap (waarbij ik voor de definitie van dit begrip weer even verwijs naar Crossroads).
    Ik zou niet weten hoe je als kerk ‘apostelen, evangelisten en luizen in de pels’ zou moeten recruteren.
     in de anglicaanse kerk doen ze dit al wel, op allerlei manieren, en ze helpen bisschoppen om dit te doen; kennelijk investeert de PThU hier (nog) niet in…
    Ik vind het opmerkelijk dat het woord ‘ambt’ in dit debat nog nauwelijks gevallen is en pleit voor een herwaardering.
     waarom precies, voor wie, en hoe? vraag ik me af…
    In het Emerging-Missional milieu zijn ambten genoeg te vinden, onlangs werd er nog een bisschop benoemd in Wellington (NZ) waarbij de grote vraag was hoe de mijter op zijn dreadlocks te plaatsen! Er zijn al veel dikke boeken geschreven over het ambt, maar weinig over leiderschap in de kerk, terwijl dit m.i. momenteel urgenter is (zie H. 1 van Crossroads)
    beware what you ask for– wat als die spiritueel gevormde luizen in de pels je zo stellig verdedigde missionaire leiderschap onderuit schoffelen in naam van de Geest die waait waarheen hij wil?
     missionair leiderschap omvat aandacht voor spiritualiteit en spirituele vorming, wat is het (mogelijke) probleem precies?
    Als toch alles missionair is, dan zeker ook Antieke Religies of Grieks III.
     Als alles missionair is, is niets missionair. Sorry, ik begrijp deze zin niet goed.
    Maar voor je gemeenteleden ben je eerst en altijd vertegenwoordiger van het heilige. Alleen al door er te zijn breng je een andere dimensie in, voelen mensen zich gezien in het licht van de Eeuwige.
     mooi geformuleerd, echter dit is wel contextueel verschillend; en ik vraag me ook af wat voor theologie hierachter zit
    De ‘lerende gemeente’ vraagt om voorgangers die in ieder geval zelf willen leren. Als we iets verkeerd doen, dan is het te weinig studeren. ‘We are far too easily pleased’.
     yes
    De verlegenheid is groot, ook bij mijzelf. Ik weet ook niet, waarom zoveel mensen van mijn generatie niet meer komen.
     de verlegenheid heb je heel goed verwoord, echter hier is veel onderzoek naar gedaan, dus er is wel een antwoord op te vinden; en je kunt het mensen ook zelf vragen, toch?
    We moeten de diepte in. Daarvoor is naar mijn overtuiging binnen kerk en academie alle ruimte. Aan ons om die ruimte creatief, innovatief en spiritueel te vullen. Want daar zijn we natuurlijk allemaal vóór.
     ja, zeker!

  12. @Robert
    Jacobine heeft via de e-mail een reactie gestuurd. Deze plaats ik dinsdag online als een ‘gewoon’ artikel. Ik mail je deze reactie vanavond alvast, om het te bestuderen.
    Evert te Winkel

  13. Pingback: We moeten ons meer focussen op ons onvermogen | Vrijzinnig Evangelisch

  14. Academisch geschoolde theologen zijn belangrijk, maar zonder kennis van de grondtalen kun je ook prima aan de slag als voorganger/pastoraal werker: je kunt toch vertalingen van anderen gebruiken? Je kunt nu eenmaal niet alles zelf doen en je moet dus keuzes maken. Verschillende voorgangers zullen ook verschillende keuzes maken en die diversiteit lijkt mij goed.
    In de samenleving zijn opleidingen belangrijk Jacobine, maar niet alleen de universitaire!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s